Er bestaan overduidelijke cultspelers. Over het algemeen spelers van kleinere clubs, volksclubs. Een status die spelers over het algemeen hun hele loopbaan behouden. Maar wie herinnert zich cultspelers van langer geleden, bijv. 20 jaar terug? En dan ook nog van andere clubs dan ‘de jouwe’? John de Wolf. Andoni Goikoetxea. Eric Cantona. Allemaal uitzonderingen in die zin dat ze een (redelijk) hoog niveau hebben gehaald.

Wat maakt een speler dan tot cultspeler?

Hij moet anders zijn, anders dan anderen. Bij voorkeur al in zijn kapsel, met liefst lang haar – bonuspunten voor een mat – of kaal. Trouw aan zijn club ook, zo niet een hele carrière, dan toch lange tijd. Duidelijk in zijn uitspraken waarin emoties spreken. Sterke oneliners.

In sommige gevallen kan een heel team een soort van cultstatus verwerven. Vaak in de zin van een cupfighter. Langer dan een paar seizoenen houdt dat nooit stand. Zoals Wimbledon ooit, met o.a. Vinnie Jones, The Crazy Gang werd genoemd. Aanzienlijk langer geldt dat misschien voor Atletic Club Bilbao, door met uitsluitend Baskische spelers op het veld te staan. Waarbij trouwens opgemerkt dat het naast Real Madrid en FC Barcelona de enige club in Spanje die sinds de invoering daarvan in de Primera División speelt. Maar er is waarschijnlijk maar één echte cultclub, sinds midden jaren ’80 al: FC St. Pauli.

In de Hamburgse wijk Reeperbahn, de grootste rosse buurt van in ieder geval Europa en kern van het nachtleven in Hamburg, staat het Millerntor-stadion. De thuishaven van Sankt Pauli.

Bewoners van de wijk sloten in de jaren ’80 de club in hun hart, gevolgd door linkse activisten. Resultaat is een club waar anarchie de basis lijkt te vormen, waar het officieuze logo de piratenvlag met doodshoofd is (ook gebruikt op de cornervlaggen), en kinderopvang tijdens de wedstrijd gratis is voor stadionbezoekers.

Qua niveau is er misschien niet al te veel te verwachten, het stadion met net geen dertigduizend plaatsen is altijd zo goed als uitverkocht en de wachtlijst voor seizoenkaarten (15.000 stuks) is gesloten nu er meer dan 10.000 mensen op staan. Bovendien lijken zelfs de spelers bij de club te passen. Zo was oud-keeper Ippig voormalig kraker en vrijwilliger bij de Sandinisten in Nicaragua. En Benjamin Adrion richtte na een trainingskamp – waar anders dan op Cuba – Viva con Agua op. Een organisatie die in Havana meer dan 150 kinderopvangcentra van schoon drinkwater voorziet, maar inmiddels ook in onder meer Kenia, Uganda, Ethiopië en Nepal actief is.

Het bruine thuisshirt wekt bij sommigen afschuw op door de associatie die er sinds de Tweede Wereldoorlog met die kleur shirt is. Het is echter al de kleur van het thuistenue sinds de club in 1910 werd opgericht. En de spelerstunnel zal voor de tegenstanders angstaanjagender zijn dan dat shirt: Een donkere tunnel, met wanden vol graffiti waarop ze in grote letters Welcome to Hell kunnen ontcijferen. En aan het einde van die tunnel een doodshoofd, beenderen en de naam van de club, het enige dat verlicht wordt. Om dan onder de klanken van Hell’s Bell’s van AC/DC het veld te moeten betreden. Alles voor de cultstatus.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *